Welkom Gast

Wat is een lithiumspiegel?

Wat is een lithiumspiegel?

Om werkzaam te zijn moet er voldoende lithium in het lichaam aanwezig zijn. Dit wordt gecontroleerd door te de lithium concentratie in het bloed te meten. Dit wordt ook wel de lithiumspiegel genoemd. Deze concentratie wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l).

Er is geen vast verband tussen het aantal tabletten dat geslikt wordt en de concentratie lithium in het bloed. De ene persoon heeft meer tabletten nodig dan de andere om eenzelfde concentratie in het bloed te bereiken. Deze variatie wordt o.a. bepaald door lengte, gewicht, leeftijd, werking van de nieren, vochtinname en gevoeligheid voor het middel.

Jonge mensen moeten soms iedere dag veel tabletten slikken om een redelijke bloedspiegel te onderhouden, ouderen hebben soms maar één tablet nodig. Daarom wordt de dosering voor iedereen individueel vastgesteld aan de hand van de bloedspiegel. De enige manier om daarover zekerheid te krijgen, is dus door het bloed te controleren.

Hoe hoog moet de lithiumspiegel zijn?

Uit uitgebreide onderzoeken is vast komen te staan dat hoe hoger de spiegel is hoe kleiner de kans op terugval in een episode is. Aan de andere kant geldt ook: hoe hoger de spiegel hoe heviger de bijwerkingen. Op basis van het verloop van de stemmingen en de mate van bijwerkingen wordt bepaald wat voor u de beste individuele bloedspiegel is.

Bij de onderhoudsbehandeling streeft men naar waarden tussen de 0,6 en 0,8 mmol/l (bepaald in een bloedmonster dat 12 uur na de laatste lithiuminname is afgenomen). Bij therapieresistentie wordt gekozen voor hogere bloedspiegels van tussen 0,8 en 1,0 mmol/l. Bloedspiegels beneden 0,4 mmol/l worden als niet zinvol geacht en bij spiegels boven 1,0 mmol/l moet de patiënt rekening houden met behoorlijk wat bijwerkingen. Bij de acute behandeling van manieën kan de lithiumspiegel opgevoerd worden tot 1.2 mmol/l onder goede controle. Boven 1.5 mmol/l bestaat gevaar voor lithiumvergiftiging. In onderstaande tabel vatten we dit samen:

                  Lithiumspiegel (12 uur na inname, bij 1 maal inname per dag)

                  < 0.4          niet zinvol

                 0.4 - 0.6      laag therapeutisch

                 0.6 – 0.8     normaal therapeutisch

                 0.8 – 1.0     hoog therapeutisch

                 > 1.5          gevaar op lithium vergiftiging

Hoe verloopt de spiegel over de dag?

De lithiumspiegel is het resultaat van de hoeveelheid lithium (het aantal pillen per dag) die wordt ingenomen en het tempo waarin het lichaam de lithium weer uitscheidt.  De spiegel verandert dan ook in de loop van de dag. Wanneer iemand een dosis lithium inneemt, is tussen de 2 en 4 uur na inname de hoogste concentratie in het bloed bereikt. Daarna daalt deze concentratie weer, totdat de volgende dosis wordt ingenomen. Aanvankelijk gaat deze daling sneller en rond de 12 uur vlakt de daling af. In onderstaande afbeelding is dit grafisch weergegeven. Voor iedereen is deze curve anders. Een voorbeeld van een dergelijke curve is getoond in onderstaande figuur.

Waarom de lithium controle 12 uur na inname?

Omdat direct na inname de lithiumspiegel het hoogst is en langzaam afneemt, is de regel dat twaalf uur na laatste inname de controle van de lithiumspiegel wordt uitgevoerd. Als u ‘s morgens om 10 uur uw spiegel wilt (laten) bepalen is het de bedoeling dat u de laatste tablet de avond ervoor om 22 uur inneemt.

Neemt u de tabletten niet in één keer maar gespreid, in meerdere keren per dag in, dan moet u de tabletten van de volgende dag pas na bloedafname innemen.

Hoe vaak is controle nodig?

De frequentie van de controle is niet voor elke gebruiker gelijk. Dat is afhankelijk van een aantal factoren. Voor iemand die al jaren zonder problemen lithium gebruikt, die er veel van weet en bij bijwerkingen direct aan de bel trekt, is één controle per drie maanden voldoende. Anderen, die vaker ontregeld raken, medicijnen gebruiken die de lithiumspiegel beïnvloeden, en/of andere lichamelijke ziekten hebben, zullen vaker gecontroleerd worden. Soms zelfs eenmaal per week. Onder normale omstandigheden houden we in Nederland een termijn van één tot drie maanden aan. Uiteraard dient de bloedspiegel tijdens de instelfase, en ook bij bijzondere omstandigheden, vaker te worden gecontroleerd.